Zit je rustig met een vriend in de jacuzzi te ontspannen na een drukke week, komen daar twee van die feloranje opblaasbandjes op je af. Die bandjes horen bij een wezen dat eruitziet als dat witte gedrocht van de Michelin-reclame, en je vraagt je af waarom zo'n baby eigenlijk nog bandjes nodig heeft. Zouden zijn vetrolletjes hem niet drijvend houden, dan? Hoeft zo'n hoopje kwab en snot überhaupt drijvende gehouden te worden? In mijn ogen zijn opblaasbandjes enkel nuttig in de letterlijke zin van het woord: opblazen. Zo'n baby kan nog wat leren van Al Qaida's zelfmoordterroristen.
Maar dan niet in míjn jaccuzi. Niet alleen komt zo'n uk ongegeneerd met zijn bompakket vlak naast – haast tegen jou in de broebels zitten, hij doet bovendien niet de minste moeite om zijn lading gedekt te houden. Integendeel! Hij pletst met die oranje munitie water op en wanneer je driftig in je ogen begint te wrijven, beeldt hij zich in dat het uit ontroering is. In plaats van zich bedeesd terug te trekken, staart hij met cyanide-ogen als om een hoofdstreel af te dwingen en een 'oh-wat-ben-je-schattig'. De moeder, zich van geen kwaad bewust, gééft dat oranje bewapende murmel dan uitgerekend nog die hoofdstreel en glimlacht een 'hij moet nog met zijn bandjes leren omgaan' in mijn richting.
Ik denk er net hetzelfde over. Opblazen die handel, met baby en al. Maar niet in míjn jaccuzi.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten